Barrièrevrije vormgeving van de badkamer – maar wel met sexappeal a.u.b.
Michael Schlenke in gesprek

Naar het heet is de demografische verandering een gegeven dat in Duitsland altijd een beetje verdrongen wordt. De statistieken en de veranderende leeftijdspiramide zouden wel bekend zijn. Maar het thema bezit gewoon geen sexappeal, vindt Michael Schlenke, die zich ten doel heeft gesteld om dit te veranderen. Hij houdt zich al meer dan 20 jaar bezig met de ontwikkeling van producten en merken voor de meubelindustrie en heeft ‚en passant’ gemerkt dat hij eigenlijk altijd al – zelfs zonder daarop gefocust te zijn – producten heeft meeontwikkeld en verkocht die bepaalde met leeftijd overeenkomende functies bezaten. Hij ziet het nu als zijn taak om industrie en productontwikkelaars, designers en de grote acteurs bij elkaar te brengen en samen functionele en designgerichte producten en meubels voor een nieuwe generatie van veeleisende senioren te ontwikkelen. Michael Schlenke in het gesprek over de demografische verandering, de ontstigmatisering van bij leeftijd passende producten en over universal design.
De demografische verandering ligt iedereen op de lippen. U wilt echter een andere blik op de „aging society“ werpen. Welk perspectief zou dat zijn?
Allereerst is de groep van de oudere mensen zeer heterogeen. Deze kunnen niet over één kam worden geschoren. Als voorbeeld vergelijk ik graag de Britse rockmuzikant en Ozzy Osbourne en prins Charles. Dat zijn allebei Britten, meer dan 65 jaar oud, voor de tweede keer getrouwd en in het bezit van meerdere kinderen. Toch kunnen het design van hun leven, de aanspraken op hun omgeving, op de producten, op de architectuur en de diensten niet verder uit elkaar lopen. Veel oude mensen voelen zich gemiddeld 10 tot 15 jaar jonger dan hun kalenderleeftijd. Zij willen niet worden geconfronteerd met hun tekortkomingen, maar ook weer niet voor dom worden verkocht. Als bedrijven nu het besluit nemen om een product te vermarkten voor de „generatie 50+“, bedoelen zij op de keper beschouwd mij ook al daarmee. Ik ben van jaargang 1963 en zou niet kunnen zeggen dat een dergelijke actie mij zou aanspreken. Andere omschrijvingen van seniorenmarketing zoals „silver agers“ of „jonggeblevenen“ functioneren evenmin. Men moet de dingen gewoon bij hun naam noemen. Het is dus een van de grootste uitdagingen allereerst om de kijk op de doelgroep van de meer dan 65-jarigen aan te scherpen. Ook oude mensen willen fantastische, sexy producten. Men moet zich bezighouden met de leeftijdsbeelden, subtiel te weten komen wat de mensen beweegt of wat zich – in de zin van mobiliteit – net niet meer beweegt.
Zijn er dan landen die een „luchtigere“ omgang met de doelgroep hebben?
Een vergelijking met Nederland is altijd de moeite waard. Het land is dichter bevolkt dan Duitsland en aanzienlijk internationaler opgesteld; het heeft een andere geschiedenis en gaat ook definitief anders om met oude mensen en met mensen die verzorging nodig hebben. In Duitsland liggen verzorgingstehuizen bijvoorbeeld meestal aan de rand van de stad en zodoende buiten het gezichtsveld. In Nederland maken deze vaker integraal deel uit van de architectuur in de binnenstad. Er wordt ook veel meer gedaan met betrekking tot de mobiliteit van de oude mensen. Er worden bijvoorbeeld loophulpmiddelen en motorscooters ontwikkeld die simpelweg beter van vormgeving zijn. Het is prettiger om die te gebruiken. In veel sectoren gaat men gewoon zonder verkramping om met de verzorging. Ook van Scandinavië en de Benelux kunnen wij Duitsers veel leren over het omgaan met oude en gehandicapte mensen.
Ook het ‚healing architecture’-concept stamt oorspronkelijk uit Scandinavië en Nederland. Wat moet daaronder precies worden verstaan?
Het is wetenschappelijk bewezen dat de directe omgeving van de mens, de architectuur en de binnenhuisarchitectuur invloed hebben op het welzijn. ‚Healing architecture’ probeert alle relevante componenten te bundelen en integreert aspecten zoals oriëntatie, materialen, kleuren of geuren. Ook de privésfeer en de ontstigmatisering van vertrekken en producten zijn belangrijk. Als een mens zich binnen medisch vastgoed bevindt – en het maakt niet uit of dat nu een acuut ziekenhuis, een revalidatiekliniek, en medisch verzorgingscentrum of een verzorgingstehuis is –, is hij zeer verwondbaar en gevoelig. Hier zijn aanzienlijk meer zorgvuldigheid bij het ontwerpen en inleving in de werkelijke gebruikersgroepen nodig.
Kunnen barrièrevrije en designgerichte producten uit hoogwaardige badkamercollecties zoals bijvoorbeeld O.novo Vita, Omnia Vita of Lifetime dan een bijdrage leveren aan de ontstigmatisering?
Villeroy & Boch heeft hier een heel reusachtig voordeel: het imago van het merk als een van de oudste Duitse bedrijven in familiebezit is bij de brede massa – en vooral in de doelgroep – absoluut sterk. Villeroy & Boch geniet enorm vertrouwen en staat voor design, traditie en kwaliteit. Met de barrièrevrije systemen in het segment badkamer en wellness wekt het bedrijf momenteel nogal wat verbazing op. Want niemand vermoedt dit bij Villeroy & Boch. Hier worden ook nieuwe wegen bewandeld. De producten worden in een participatief proces intensief samen met de doelgroep ontwikkeld. De gebruikers worden medebetrokken in onderzoek en ontwikkeling van het product. Daaruit ontstaan dan overtuigende oplossingen die veel mensen verrassen, omdat zij dat heimelijk absoluut niet achter Villeroy & Boch hadden gezocht. Het is prettig om dit proces te begeleiden.
Aan welke criteria moet een nieuw product dan voldoen om de doelgroep te bereiken?
Ik voel mij persoonlijk sterk verbonden met de principes van universal design. Een bevriende productontwikkelaar heeft ooit tegen me gezegd dat meubels voor invaliden niet invalide moeten uitzien. Er zijn bepaalde handicaps die men als men op leeftijd is, moet compenseren, zoals een gebrekkige mobiliteit, een beperkt gezichtsvermogen of het horen. Bij de productontwikkeling gaat het er in eerste instantie om dat men de ondersteunende hulpmiddelen heel subtiel en onzichtbaar inbouwt en niet ‚krijsend op de markt’ een meubel voor mensen met een tekortkoming ontwikkelt en aanprijst. Wij stellen vast dat datgene wat voordelig is voor oudere mensen, jongeren niet schaadt. Dan moet er nog „sexappeal“ in en ook nog een beetje techniek – maar niet teveel. Het is doorslaggevend dat wij de assistentiesystemen zo mogelijk zo onzichtbaar inbouwen dat het als aangenaam wordt ervaren. Ik spreek altijd over een levensloopbestendige productontwikkeling, die mensen van alle leeftijden en handicaps het leven gemakkelijker maakt.
M.b.t. de persoon: Michael Schlenke is eigenaar en oprichter van het op strategie- en productontwikkeling gespecialiseerde adviesbedrijf The Caretakers. Hij is lid van het iF - Industrieforum Design - en werd in 2014 uitgeroepen tot universal design expert. Hij adviseert en begeleidt bedrijven bij hun toegang tot de groeimarkt healthcare. Tot zijn klanten horen befaamde internationale bedrijven uit de sanitair- en inrichtingsbranche, maatschappijen ter stimulering van de economie en architectuur- en ingenieursbureau's. Verder is hij werkzaam als adviseur en vakjournalist. Hij rondde een studie in bedrijfseconomie aan de vakhogeschool Rosenheim en een opleiding tot meubelschrijnwerker af. In 2014 werd de door hem begeleide denkfabriek PRoF-Projects bekroond met de innovatieprijs van de beurs Ouderenverzorging.
Schlenke is lid van de onderzoeksgroep ‚Het vertrek – de badkamer’, die levensloopbestendige badkameroplossingen voor de renovatie van de inventaris in het woningbedrijf ontwikkelt. Als lid van de internationale denkfabriek PRoF Projects begeleidt hij de op Duitsland gerichte activiteiten van een Europees consortium, dat productoplossingen voor woonvormen die rekening houden met de demografische verandering en haar eisen, concipieert. www.the-caretakers.com



