DE “BIG SHIFTS” EN DE HOTELBRANCHE

Interview met Oona Horx-Strathern

Wat is de invloed van megatrends in onze samenleving op hotelarchitectuur, -design en -concepten? Waarom moeten hotelontwikkelaars zich in de toekomst meer positioneren als facilitator van een mobiele lifestyle? Een vooruitblik van futuroloog Oona Horx-Strathern.

 

Hoe evolueren de principes van ons leven zich in de lopende 21e eeuw? De essentiële antwoorden op deze vragen krijgen we na het bestuderen van en nadenken over de megatrends - deze onderliggende krachten die op lange termijn onze toekomst dragen. Laten we eens vier van deze zogenaamde “driving forces” van verandering nader bekijken:

1. Vergrijzing:

Deze leidt tot nieuwe biografische levenslopen. Vergrijzing betekent niet alleen “ouder worden” in de zin van een toenemend tekort aan mobiliteit en vitaliteit. Integendeel: Steeds meer mensen ontwikkelen ook in het zesde en zevende decennium van hun leven vele multi-mobiele activiteiten. Ze reizen, ontwikkelen zich verder, zoeken naar hun identiteit, hun passies - ze eigenen zich de wereld op verschillende manieren toe.

2. Urbanisatie:

Rond 75% van de wereldbevolking zal in het jaar 2050 in de grote steden wonen. Het nieuwe stadsleven verandert over een breed front smaak, behoeften, mobiliteitsvormen, waarden. Het brengt nieuwe vormen van ontwerp voort, die zich manifesteren in de stijl van nieuwe stedelijke boetieks en design-hotels.

3. Verbonden zijn:

Met elkaar in verbinding staan is het motto van het huidige tijdperk. Het internet breidt zich uit naar andere terreinen en beïnvloedt ook steeds meer de interface tussen mens en machine, en tussen machine en machine.

4. Individualisering:

Tot 50% van alle mensen in de agglomeraties wonen in éénkamer-appartementen. Maar betekent dat ook dat ze “vereenzamen”?

 

Om de toekomst te begrijpen, moet je weten dat trends nooit lineair verlopen. Elke megatrend heeft een tegentrend in zich, een recursie. De “vergrijzing” bijvoorbeeld maakt ons in het echt jonger - elke leeftijdsgroep is tegenwoordig gemiddeld gezonder en vitaler dan vroeger. En voor de individualisering geldt: Het schept naast een behoefte aan specifieke, op het individu toegesneden diensten - weg van de markt voor de massa - een nieuw verlangen naar het WIJ.

 

Dat komt naar voren in de talrijke experimenten van coöperatief leven: Van co-living via co-gardening en co-working tot aan de deeleconomie. Een nieuwe zichzelf organiserende sociale structuur ontstaat, waarin individuen vrij beslissen. De opkomst van portals zoals Airbnb toont de behoefte aan om zelf zijn of haar eigen vier wanden met gasten te delen en te “hotel-iseren”. Gezondheid is in de nieuwe coöperatieve individu-cultuur niet alleen het afwezig zijn van ziekte in medische zin. Gezondheid heeft ook te maken met het ervaren van vitaliteit, van balans tussen lichaam en geest.

 

Connectiviteit, deze grote kracht die alles met elkaar verbindt, brengt ook een grote tegen-behoefte voort: Eindelijk “losgekoppeld” zijn. Uitschakelen, ontkomen aan de terreur van het altijd bereikbaar zijn, aan de kwellende complexiteit van sociale netwerken, de omgeving weer op een direct tastbare en zintuigelijk manier ervaren. De trend gaat naar “slow architecture” - een architectuur van onthaasting. Voor hotels betekent dit, dat het puur verhogen van elektronische installaties in de kamer eerder contraproductief is. Het gaat om een nieuwe, geraffineerde integratie van techniek in de zintuigelijke wereld.

 

Wie de mega-trends van de reisbranche bekijkt, kan duidelijk zien welke hotelontwikkelaars met mega-trends werken - en welke niet. Het gaat juist niet alleen om oppervlaktes of ontwerpdetails, maar om fundamenteel intelligente concepten. Wereldwijd ontstaan stedelijke hotels van een nieuw (jong) type, waarin werk en leven hernieuwd worden gecombineerd - toevluchtsoorden voor de nomaden van de wereldwijde creatieve klasse. Integrale “healthness”-hotels van het nieuwe type bekommeren zich niet alleen om de ontspanning van hun gasten in de oude wellness-stijl - ook geestelijke en spirituele aangelegenheden spelen een rol. Hyper-urbane loft- en lounge-concepten slaan over naar hotels buiten de stad en op het platteland en experimenteren met nieuwe combinaties van natuur, ecologie en coolness. Zo lijken hotelbadkamers in de nieuwe wereldwijde ressorts in niets meer op de oude “natte cellen” uit de functionele periode, ze drukken eerder op een symbolische manier het stromen van levenskracht uit.

 

De filosoof en architectuurkenner Alain de Botton merkte op, dat in deze mobiele era “onze huizen en onze woningen niet meer per se onze identiteit en onze status hoeven te garanderen”. Thuis zijn kan men ook op een vliegveld, of in een bijzonder soort verblijfplaats.

 

Hotelontwikkelaars zullen zich in de toekomst steeds meer positioneren als facilitator van een mobiele lifestyle. Het gaat niet zozeer om de afmetingen van een object, maar om de service. Minder om “architectuur” in de zin van vaste wanden, dan om een totaalbeleving. Hotels worden clubs voor een bewuste lifestyle van “Mindfulness”, van opmerkzaamheid.

 

Over de persoon: 

De in Londen geboren Oona Horx-Strathern is sinds ruim 20 jaar als trendwatcher, consultant en schrijfster werkzaam in Engeland, Duitsland en Oostenrijk. Als trendconsultant heeft Oona Horx-Strathern voor internationale ondernemingen, waaronder Unilever, Beiersdorf, Philip Morris en Deutsche Bank, geschreven en gewerkt.